Stealth rapport van bdageraad2
web site » schippers vertellen hun verhaal

Klik hier om een tekst te typen.

De organisatie achter het duurzame visserij-label MSC onderzoekt of Nederlandse kustvissers het label wel kunnen houden, nu bekend is dat zij frauderen met hun motorvermogen. De NOS berichtte vorig weekend dat de Nederlandse overheid al jarenlang weet van de motorfraude.

"Wij zijn geschrokken van de berichten", zegt Hidde van Kersen van MSC. Begin september las hij voor het eerst dat vissers sjoemelen met hun motorvermogen, in een rapport van de Europese Commissie. "Wij hebben onze onderzoekers aan het werk gezet. Als zij tot de conclusie komen dat vissers de regels inderdaad overtreden, lopen ze het risico het label te verliezen."

Verlies van het label zou een zware klap zijn voor de sector. Nederlandse supermarkten verkopen vrijwel uitsluitend vis met een duurzaamheidslabel. Een grote afzetmarkt dreigt dus te verdwijnen als MSC het label intrekt.

Met meer motorvermogen kunnen kustvissers meer garnalen en bodemvissen als tong en schol vangen. Ze trekken met die krachtige motor grotere netten en zwaardere kettingen over de zeebodem. Erg duurzaam is dat niet; zeediertjes in de bodem lijden eronder.

Gaat om sector, niet om individuele visser

Het intrekken van het certificaat zou extra zuur zijn voor vissers die zich wel altijd aan de regels hebben gehouden. Zij verloren waarschijnlijk tienduizenden euro's doordat concurrenten fraudeerden. Nu zouden ze ook nog eens samen met de fraudeurs het duurzame certificaat verliezen. MSC geeft het label alleen aan een hele sector, niet aan individuele vissers.

Johan Nooitgedagt, voorzitter van de Vissersbond, wil dat MSC dat onderscheid wel gaat maken. "Maak een certificaat per visserman. Die kan dan bewijzen dat hij het wel of niet goed doet. Anders zullen de goeden onder de kwaden lijden."

Onderscheid maken tussen individuele vissers klinkt wel mooi, zegt Van Kersen, maar is in de praktijk onmogelijk. Vis met en zonder label moet dan in de handel constant van elkaar gescheiden blijven. Bovendien schiet het keurmerk dan zijn doel voorbij. "Het gaat ons er niet om dat één individueel schip zich aan de regels houdt, de hele vloot moet zich eraan houden. Alleen dan is vissen echt duurzaam."bron=nos


Urker pulsvissers naar rechter om uitstel verbod

Negentien vissers vragen in een kort geding de rechter om uitstel van het verbod op de pulsvisserij. Zij behoren tot de groep vissers die op 1 juni als eerste moet stoppen. Onder hen zijn Urker en Zeeuwse vissers. De negentien worden ondersteund door VisNed, belangenbehartiger van de Nederlandse kottervi  

De pulsvissers zijn verdeeld over drie categorieën. Al naar gelang hun vergunningen moeten ze per 1 juni of per 31 december van dit jaar stoppen of, en dat is de kleinste groep, per 1 juli 2021. Het verbod op de pulsvisserij is vastgelegd in de nieuwe visserijverordening van de Europese Unie. Die verordening gaat echter niet op 1 juni in, maar op zijn vroegst op 1 juli. Voor VisNed was dit aanleiding om minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, ChristenUnie) te vragen om ook het verbod niet op 1 juni in te laten gaan.

Geen ruimte

De minister wijst het verzoek af, heeft de directeur-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied namens haar laten weten. Hoe zeer ze het verbod op de pulsvisserij ook betreurt, ziet ze geen ruimte om de pulstoestemmingen te verlengen tot na 1 juni.

Voor de vissers is elke week dat ze langer mogen pulsen meegenomen. Vissen met de pulskor kost elke week veel minder gasolie dan vissen met de traditionele boomkor met zware wekkerkettingen om platvis van de bodem op te schrikken. Een aantal vissers kan volgende week helemaal niet aan het werk. Door de lange levertijd op materialen, kunnen veel vissers niet op tijd omschakelen van de pulsvisserij naar andere methoden. bron de stensor



Vandaag (donderdag 23 mei) vijftig jaar geleden werd het vissersdorp Zoutkamp afgesloten van de Lauwerszee. Veel vissers verloren daardoor hun werk. Donderdag wordt dat herdacht met een kranslegging door vissers bij Lauwersoog, op de plek waar het laatste caisson werd geplaatst.

 

Lauwerszee werd vijftig jaar geleden Lauwersmeer. De visserij verplaatste zich naar Lauwersoog. Daar is weer een bloeiende sector ontstaan, maar sommige Zoutkampers betreuren de gang van zaken nog elke dag. Ze hebben de vlag niet in top, maar halfstok. Net als vijftig jaar geleden.bron=dag blad van het noorden


Visserman Cas Caljouw in zijn werkplaats. Hij gaat niet stemmen bij de Europese verkiezingen. „Het is bouwen aan de Toren van Babel.”

Lieven Meulmeester was 14 jaar toen hij ging varen. In de visserij deed een jongen met de mannen mee. Dat was in 1960. Garnalen vangen, op de houten botter van zijn vader. Vijf dagen bleven de vissermannen van huis. Sommigen trokken hun kleren al die tijd niet uit.

In het Zeeuwse vissersdorpje Arnemuiden vertrekken de vissers nog altijd op zondagnacht naar zee. „In het donker vang je meer”, zegt Lieven Meulmeester (73). „Dat heeft ook met de zondagsrust te maken”, zegt zijn vrouw, Jacomina Meulmeester (72).

In Arnemuiden leeft de visser naar de regels van God.

Lieven Meulmeester was een visser met zeeziekte. Als het stormde, zegt hij, werd hij ‘katterig’. „Wat moest je dan? Bouwvakker worden, of lasser? Nee, je was visserman, dat was zo.” Zijn vader was visserman en diens vader ook. Van zijn twaalfde tot zijn veertiende was Meulmeester naar de visserijschool geweest, zoals alle visserszonen in het dorp. Hij voer tot zijn vijftigste.

Lieven en Jacomina zitten in de huiskamer, aan de rand van Arnemuiden. Aan de buitenkant is hun voordeur geel, aan de binnenkant zachtroze, net als het tapijt in de gang. Op de glazen salontafel liggen foto’s van schepen uit Arnemuiden – allemaal met ‘ARM’ op de boeg. Hier weten ze welke familie bij welk nummer hoort. Lieven Meulmeester heeft de ARM-18. Een blauwe kotter met gele masten. bron nrc


Garnalenvissers krijgen zo weinig geld voor hun waar dat ze binnenkort noodgedwongen aan land blijven. Oorzaak is dat al maanden ongewoon grote hoeveelheden garnalen worden opgevist.

Om te voorkomen dat de garnalen helemaal niets meer opleveren, hebben handelaren een afnamestop van zes tot negen weken afgekondigd. De ramadan wordt aangegrepen om de visserij stil te leggen. In deze periode wordt er toch nauwelijks gewerkt in de pelfabrieken in Marokko.

Bijna 90 procent van de in de Noordzee en Waddenzee gevangen garnalen wordt in Marokko gepeld. De vrieshuizen liggen momenteel overvol met de garnalen.

In deze video vertelt garnalenvisser Dirk Sloot hoe groot de gevolgen van de afnamestop zijn:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

'Handelaren zeggen: we hoeven met de ramadan geen garnalen te hebben'

Het pellen van garnalen kan handmatig of door een pelmachine. Het nadeel van een pelmachine is dat er veel vis verloren gaat. Handmatig pellen is nauwkeuriger, maar arbeidsintensief en daardoor duur. Een aantal Nederlandse handelaren heeft daarom 'pelateliers' opgezet in Marokko, waar de arbeidskosten laag zijn.

Van de zes handelaren heeft er maar één geen afnamestop aangekondigd. Dat is Telson in Lauwersoog, "Wij pellen veel minder in Marokko omdat wij dagverse garnalen verhandelen", zegt directeur Bert Meijer van Telson. Een beperkt aantal vissers kan dus nog wel hun garnalen bij Telson kwijt. "Het wordt ook spannend wat dat voor ons betekent. We hebben geen idee hoe de vissers gaan reageren op deze eerste afnamestop," vertelt Meijer.

Geen inkomsten

Visser John Lukkien uit Zoutkamp heeft door de afnamestop zes weken lang geen inkomsten, maar denkt wel dat het de enige oplossing is. "Eén ding staat vast. Dit wordt een erg karig jaar voor de garnalenvissers. "We krijgen nu 4500 euro voor 1500 kilo garnalen. De prijs is 3 euro de kilo. Dat is veel te weinig. We moeten minimaal 10.000 euro in de week verdienen om alle kosten te kunnen dekken en een fatsoenlijk loon te hebben" Hij voer afgelopen maandag uit en was donderdag weer terug. "Mijn doel is om 3.000 kilo te vangen deze tocht. Maar in de visserij is niks zeker en al helemaal de vangst niet".



Urk - Op Urk wordt zaterdag het Urk Manifest ondertekend waarbij van Europarlementariërs de inzet verwacht wordt voor de visserijsector in het algemeen en voor het visserij-bedrijfsleven op Urk in het bijzonder.

Het Manifest vraagt onder andere aandacht voor legalisering van de pulsvisserij en versoepeling van de aanlandplicht in het nieuwe Gemeenschappelijke Visserijbeleid, Nederlandse vertegenwoordiging in de Visserijcommissie van het Europees Parlement en het verminderen van de regeldruk vanuit Brussel. De handtekening wordt zaterdag 12 mei gezet op de Visafslag Urk door de Europarlementariërs Peter van Dalen en Bert-Jan Ruissen van de CU/SGP en Geert Post, wethouder Visserij van de gemeente Urk.


Het zou in Katwijk vooral gaan over misstanden in de (inter)nationale zeevisserij, een onderwerp dat momenteel weer erg in de belangstelling staat. ChristenUnie en SGP - op verkiezingstour - hadden daartoe een themaochtend georganiseerd voor vissers met Europarlementariër Peter van Dalen en Ment van der Zwan als sprekers. Net als in de internationale zeevisserij lopen ook vissers van buitenlandse komaf op de Nederlandse vissersvloot het risico te worden uitgebuit.
 
‘Het gebeurt eigenlijk al’, zegt Van der Zwan, in het dagelijks leven personeelsfunctionaris bij de Cornelis Vrolijk Groep in IJmuiden, maar nu sprekend op persoonlijke titel. Van der Zwan noemt elf indicatoren om dwangarbeid te herkennen, zoals misbruik van kwetsbaarheid, achterhouden van loon, schuldbinding, extreme arbeidstijden, intimidatie en bedreiging, achterhouden van identiteitsdocumenten tot fysiek en seksueel geweld. Weliswaar vinden slavernij en dwangarbeid vooral plaats in Aziatische landen, maar ook in Ierland, Engeland en Schotland komt het inmiddels veelvuldig voor. Een slechte zaak, vindt Van der Zwan. 
 
Ondermijnend
Naast het feit dat slavernij en dwangarbeid verwerpelijk is, ondermijnt het ook onze concurrentiepositie. Veel vis uit Azië komt naar Europa en wordt hier vermarkt, ook in ons land. Vis, gevangen onder vaak erbarmelijke omstandigheden, maar daardoor veel goedkoper dan wij hier kunnen, stelt Van der Zwan. 
Ook in Nederland worden vissers uitgebuit, dat weet hij absoluut zeker, zonder te willen duiden waar en hoe. Wel noemt hij als voorbeeld Filipijnen, die hier viskotters bemannen. ‘Die zijn feitelijk illegaal en mogen hier helemaal niet werken. Waarom denk je dat er op de kottervloot van Jaczon (onderdeel van Cornelis Vrolijk, Red.) geen Filipijnen werken?’ 
 
Gezever
Op de vraag waarom dat toch gebeurt op andere kotters, moet Van der Zwan het antwoord schuldig blijven. Ja, dat moet je dan maar aan minister Koolmees vragen. ‘Wat hebben wij hieraan’, roept reder Nico van der Plas van de grote pulskotter KW-145 opgewonden. ‘Wat is dit voor gezever. Bij ons speelt dat helemaal niet, pak de handel aan. Die is verantwoordelijk voor die misstanden, niet de vissers. Of ga anders naar Azië om het daar op te lossen. Hier kom ik niet voor.’ Al staat het onderwerp staat duidelijk vermeld op het programma. 
 
Maarten van de Fliert, beleidsmedewerker van de Eurofractie ChristenUnie-SGP in het Europees Parlement, die in die hoedanigheid ook optreedt als ceremoniemeester, maant de aanwezigen meerdere keren tot kalmte. Nee, het onderwerp slavernij en dwangarbeid boeit niet echt. Het pulsverbod, daar kwamen de vissers voor. ‘Zal ik dan maar stoppen’, vraagt Van der Zwan. En zo geschiedde. Peter van Dalen krijgt vervolgens het woord. 
 
Optimisme
De emoties nemen daarna alleen nog maar toe, vooral als het pulsverbod aan de orde komt. Hoe heeft het zover kunnen komen, vraagt men zich af. Van Dalen legt uit hoe het proces tot stand is gekomen, maar blijft vooral erg positief over de pulsvisserij in de toekomst. Van Dalen: ‘Ik ben er heilig van overtuigd dat de pulsvisserij over drie tot vier jaar terug is. Uit onderzoek, dat dit jaar zal worden afgerond, zal blijken dat pulsvissen een innovatief hoogstandje is met alleen maar positieve elementen. Wel zullen we meer tijd moeten inzetten op Brussel. We moeten daar vooral onze stem laten horen. Over een aantal jaren kunnen jullie je pulstuigen weer gebruiken.’ 
 
Waarop Nico van der Plas (KW-145) in onvervalst Katwijks dialect reageert: ‘Wat? Over vier jaar is het hele zooitje verrot en dus niet meer bruikbaar. Ik heb 400.000 euro geïnvesteerd om pulsvissen mogelijk te maken. Dat heb ik nog steeds niet terugverdiend. Moet ik straks weer vier ton uitgeven om te kunnen pulsvissen? Wij behoorden tot de laatste groep die mochten pulsvissen. Daarom moeten wij op 31 mei stoppen. De andere tuigen gaan nu aan boord, met wekkerkettingen. Alles ligt al klaar.’ 


Het ziet er somber uit voor de kottervisserij op de Noordzee. Het Europees Parlement dreigt dinsdag de pulskor (elektrisch vissen) definitief af te schieten. Ook de brexit en de komst van extra windparken op zee maken de vissers onzeker.

„Mijn zoon zie ik geen boer op zee worden.” De Urker visser Jacob van Urk is heel stellig: hij gelooft niet in grootschalige teelt van zeewier tussen de vele windmolens die de komende jaren op de Noordzee verrijzen. Laat staan dat vissers die van hun schepen worden verjaagd, er hun brood mee zullen verdienen.

De sfeer tijdens de presentatie van de resultaten van de visserijsector, vorige week vrijdag in de Scheveningse visafslag, is beklemmend. De aanwezige vissers steken hun mening niet onder stoelen of banken: de pulstechniek is de belangrijkste innovatie van de afgelopen jaren, en die wordt ten onrechte de nek omgedraaid.

Op de dringende vraag van onderzoekers in de zaal om input voor nieuw onderzoek blijft het angstwekkend stil. En kweek van zeewier, waar het ministerie van LNV hoge verwachtingen van heeft, blijft „gepeuter in de kantlijn”, vindt Adrie Vonk uit Texel. Een collega-visser stelt: „Die installaties zijn veel te kwetsbaar voor de omstandigheden op volle zee. Bij windkracht 10 of 11 blijven ze niet heel.”

Ook het kweken van vis in met zeewater gevulde ruimen van grote schepen is zo’n idee dat volgens de vissers achter een bureau is bedacht. „Zijn zulke plannen wel doorgerekend op een verdienmodel?”, vraagt directeur Pim Visser van belangenorganistie VisNed. Arie Mol, sectorspecialist visserij bij Wageningen Economic Research, blijft het antwoord schuldig. „Ik denk dat we nu in die fase komen.”

Het ministerie hoopt dat zulke nieuwe activiteiten een deel van de vissers een toekomst kunnen bezorgen. Want dat de vloot moet inkrimpen, staat wel vast: er blijft op termijn gewoon te weinig ruimte over om alle kotters in de vaart te houden. De Noordzee verandert de komende decennia in een reusachtig windpark. Bovendien dreigen de Britten na de brexit –wanneer die dan ook plaatsvindt– vissers van het continent te weren uit hun exclusieve economische zone (het water tot 200 mijl (370 kilometer) uit de kust).

Intussen loopt de gasolieprijs op, wat extra doortikt als het pulsverbod definitief doorgaat. En dan is er ook nog het probleem van de teruglopende vangsten van tong en schol, de belangrijkste vissoorten voor de kottervisserij. In 2018 wisten de vissers slechts 66 procent van het toegewezen nationale tongquotum te vangen. „Een historisch laag percentage”, zegt Mol. Het scholquotum werd zelfs voor slechts 45 procent benut. Waarom „de vis zich niet laat vangen” is niet bekend. Volgens de jaarlijkse bestandsramingen van de biologen zwemt er vis genoeg in de Noordzee. lees verder op www.rd.nl


Het is zeker een optie dat Nederland zijn veto uitspreekt over het Meerjarig Financieel Kader wat betreft het onderdeel Europees Visserijfonds. Totdat er een mogelijkheid is gevonden om de pulskorvisserij in stand te houden.

Het Europese visserijbeleid is zo oud als de Europese Unie. Het is nooit onomstreden geweest. Of het nu over de visquota ging of over de aanlandplicht, elke beslissing ging gepaard met veel spanningen. Toch ging de visserijsector altijd akkoord, omdat men aan het eind van de dag erop vertrouwde dat de consensus wellicht nooit voor iedereen goed uitpakt, maar wel voor ons Europa als geheel.

Dat vertrouwen dreigt nu bruut te worden geschonden door een verbod op de pulskorvisserij. In de Europese raad heeft premier Rutte dan ook een grote verantwoordelijkheid om er alles, maar dan ook alles aan te doen om het verbod te voorkomen. Zoeken naar onconventionele middelen hoort daarbij.

Milieuvoordelen

De pulskorvisserij is immers een geweldige innovatie. Natuurlijk, het eraan gekoppelde verdienmodel is ook goed voor de sector, maar inmiddels is er ook genoeg wetenschappelijk bewijs dat de pulskorvisserij milieuvoordelen biedt ten opzichte van de boomkorvisserij. De Europese Commissie is er dan ook een voorstander van, evenals de Spaanse rapporteur en de grote groene ngo’s.

Helaas heeft een kleine extreme lobby in Frankrijk dit debat gekaapt en naar het land van angsten, fabeltjes en misvattingen gevoerd. En zo heeft een monsterverbond van Franse vissers en groene extremisten het lot bezegeld van niet alleen de Nederlandse vissers, maar ook de Europese vissers in het algemeen.

Rutte en Macron

Zo ver hoeft het echter niet te komen, al is het wel vijf voor twaalf. Op dinsdag 16 april moet over de pulskorvisserij gesproken en gestemd worden in het Europees Parlement. Premier Rutte moet in gesprek gaan met de Franse president Macon. Eurocommissaris Timmermans moet het wetsvoorstel voorlopig intrekken, nu het nog kan. Er moet op het allerhoogste niveau naar een creatieve oplossing gezocht worden.

Wat mij betreft mag het zo ver gaan dat Nederland zijn veto uitspreekt over het Meerjarig Financieel Kader wat betreft het onderdeel Europees Visserijfonds. Totdat er een mogelijkheid is gevonden om de pulskorvisserij in stand te houden. Het is de enige manier om een volwaardig Europees visserijbeleid te waarborgen.

De auteur is wethouder Visserij in de gemeente Urk.